Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het proces-verloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
7 juni 2016 om 10:00 uurin het Gerechtsgebouw te Maastricht, St. Annadal 1;
Rechtbank Limburg
De bewindvoerder, werkzaam onder verschillende handelsnamen en vennootschappen, werd in het verleden meerdere malen aangesproken op zijn functioneren, met name over het niet strikt gescheiden houden van cliënt- en organisatiegelden. Een accountantsrapport uit 2015 stelde vast dat PGB-gelden van rechthebbenden op organisatierekeningen werden ontvangen en betalingen vanaf deze rekeningen werden gedaan, wat in strijd is met de kwaliteitsverordening.
Hoewel de bewindvoerder stelde dat deze praktijken waren afgenomen, maakte een schrijven van ABN AMRO in april 2016 aannemelijk dat vermenging van gelden nog steeds plaatsvond. Dit werd als een ernstige tekortkoming gezien, die het belang van de rechthebbenden schaadt.
De kantonrechter besloot daarom tot onmiddellijke schorsing van de bewindvoerder in alle zaken onder zijn toezicht. Tevens werd een tijdelijk opvolgend bewindvoerder benoemd die het beheer overneemt en een onderzoek uitvoert naar het functioneren van de bewindvoerder. De bewindvoerder moet inzage geven in zijn administratie en dossiers overdragen aan de deurwaarder.
De schorsing geldt tot nader order, met een hoorzitting gepland op 7 juni 2016. Indien slecht functioneren wordt vastgesteld, kan ontslag volgen en kunnen de kosten van het onderzoek deels op de bewindvoerder worden verhaald.
Uitkomst: De bewindvoerder is met onmiddellijke ingang geschorst vanwege vermenging van cliëntgelden met eigen vermogen en een tijdelijk opvolgend bewindvoerder is benoemd.