Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de XTC-pillen zijn aangetroffen in een afgesloten kastje in de keuken;
- niet blijkt van enige actie van de zijde van de verdachte met betrekking tot de XTC-pillen;
- de verdachte niet de huurder was van de kamer.
De bewijsmiddelen
- negen gripzakjes met in ieder zakje 50 (in totaal 450) oranje/roze tabletten met een Porsche-logo;
- drie gripzakjes met in ieder zakje 50 (in totaal 150) groene tabletten met een Chupa Chups-logo;
- één gripzakje met daarin 50 rode tabletten met een Superman-logo.
Vaststelling op grond van de bewijsmiddelen
- de beperkte omvang van de door verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bewoonde kamer,
- de plaatsen waar de verdovende middelen zijn aangetroffen,
- de verklaring van [getuige 1] over de verkoop van verdovende middelen door beide verdachten,
De conclusie
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
- een gevangenisstraf van 134 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van veertien dagen voorarrest;
- een taakstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen hechtenis.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het onder 3 en 4 tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 3 en 4 tot een gevangenisstraf van 104 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 3 en 4 voorts tot een taakstraf voor de duur van 60 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen.