Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
waarschijnlijkeris dat de motorbenzine die op de schoenen van verdachte en op de deurmat zat, dezelfde herkomst heeft dan dat deze motorbenzine een verschillende herkomst heeft. Het is
ongeveer even waarschijnlijkdat de motorbenzine op de kleding van verdachte (broekspijp en sok) en op de deurmat, dezelfde herkomst heeft dan dat deze motorbenzine een verschillende herkomst heeft. Tot slot is het
iets waarschijnlijkerdat de motorbenzine op de kleding van verdachte en op zijn schoenen, dezelfde herkomst heeft dan dat deze motorbenzine een verschillende herkomst heeft. [16]
wellichtin aanraking is gekomen met de uitlaat van de scooter, waardoor de brandwond is ontstaan. Dat de scooter is omgevallen verklaart volgens de raadsman
wellichtook de benzinelucht, omdat er benzine uit de tank van de scooter is gelopen en op verdachte terecht is gekomen. De raadsman heeft het voorgaande in de raadkamer gevangenhouding en ter terechtzitting herhaald. Pas op de zitting van 25 april 2016 heeft, opnieuw de raadsman, aangevoerd dat verdachte die nacht bij een vriend op bezoek was en dat zij samen een ritje op de scooter hebben gemaakt, waarop verdachte later door de politie werd gezien. De verdachte heeft op de zitting van 25 april 2016, daarnaar uitdrukkelijk gevraagd door de rechtbank, aangegeven dat de verklaring die zijn raadsman heeft gegeven voor de brandwond aan zijn been en de benzinelucht, ook
zijnverklaring is. Hij heeft de naam van de vriend waarmee hij het ritje op de scooter heeft gemaakt, niet willen noemen.
wellichtverklaard kunnen worden doordat de scooter is omgevallen en bovenop verdachte is beland. De raadsman heeft dit enkel als een mogelijke verklaring naar voren gebracht. Van een
reëelalternatief scenario kan dus niet worden gesproken. Daarnaast beantwoordt het geschetste scenario een aantal vragen
niet. Verdachte heeft niet verklaard waarom hij voor de politie op de vlucht is geslagen. Ook heeft verdachte geen verklaring gegeven voor de gedetailleerde verklaring die [getuige 3] heeft afgelegd. Evenmin heeft verdachte verklaard hoe het kan dat de motorbenzine die op zijn schoenen werd aangetroffen, waarschijnlijk overeenkomt met de motorbenzine die op de deurmat bij café [naam cafe] werd aangetroffen. Verdachte heeft niet verklaard hoe hij aan de brandwond op zijn hand kwam als de scooter op zijn been is gevallen. Bovendien kan verdachtes verklaring dat hij samen met een ander een proefritje op de scooter aan het maken was, niet geverifieerd worden, omdat verdachte de naam van zijn vriend niet heeft willen noemen.
wellichtzijn veroorzaakt doordat de huid van verdachte in aanraking is gekomen met de knalpijp van de scooter waarop verdachte zat. Een reëel alternatief scenario dat door de politie kon worden onderzocht, is nooit geschetst.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar.
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [uitbater van cafe] van € 332.065,88, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 365 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 25 maart 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 4.000,00.
- gemeen gevaar voor de aangrenzende en/of nabijgelegen panden, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in voornoemd pand bevindende personen te duchten was en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in die aangrenzende en/of nabijgelegen panden bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was.