De Gemeente Peel en Maas en de Gemeenschappelijke Regeling Maasland sloten een intentieovereenkomst over de inzameling van huishoudelijk afval en samenwerking op dat gebied. De Gemeente ontbond deze overeenkomst voortijdig wegens vermeende tekortkomingen van Maasland in de nakoming, met name dat Maasland niet binnen de beleidskaders inzamelde en afspraken niet nakwam.
Maasland betwistte dit en stelde dat de inzameling volgens de 'maaslandse wijze' binnen de beleidskaders plaatsvond en dat de samenwerking weliswaar niet tot concrete afspraken leidde, maar dat dit een inspanningsverplichting betrof. De rechtbank vond dat de Gemeente onvoldoende concrete tekortkomingen aannemelijk had gemaakt en dat het ontbreken van afspraken niet als tekortkoming kon gelden.
Daarom was de ontbinding van de intentieovereenkomst door de Gemeente niet gegrond. De rechtbank gebiedt de Gemeente de overeenkomst onverkort na te leven tot de uitspraak in een bodemprocedure, uiterlijk tot 1 januari 2018. De gevorderde dwangsom en vergoeding van buitengerechtelijke kosten werden afgewezen. De Gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.