Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 januari 2016 in de zaak tussen
Wayland Nova BV, te [vestigingsplaats 1] (gemachtigde: mr. B. van Nieuwaal).
Procesverloop
Overwegingen
Ingevolge artikel II, tweede lid, van de wet van 8 juni 2005, Stb. 305, tot wijziging van de WRO moet een aanvraag om vergoeding van schade als bedoeld in artikel 49, eerste lid, onder a, b, c of f, voor zover de desbetreffende bepaling van het bestemmingsplan onderscheidenlijk het desbetreffende besluit voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet onherroepelijk is geworden, binnen vijf jaar na dat tijdstip worden ingediend.
Beslissing
- verklaart het beroep van eisers 1, 2 en 3 gegrond;
- verklaart het beroep van [naam eiser 4] niet-ontvankelijk;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eisers 1, 2 en 3 met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 328,-- aan eisers 1, 2 en 3 gezamenlijk te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers 1, 2 en 3 gezamenlijk in beroep tot een bedrag van in € 8.977,50, bestaande uit € 2.940,-- voor kosten van rechtsbijstand en € 6.037,50 voor kosten van andere deskundige bijstand.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2016.