Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1]
[eiseres sub 2]
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de ‘conclusie van antwoord’ van Maasvallei.
2.De feiten en het geschil
3.De beoordeling
816,00
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een executiegeschil over de ontruiming van een woning na ontbinding van de huurovereenkomst. De huurders vorderden een verbod op de tenuitvoerlegging van het vonnis dat hen tot ontruiming verplichtte, stellende dat sprake was van een kennelijke misslag, een noodsituatie en nieuwe feiten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vonnis niet op een kennelijke misslag berust, aangezien het verweerschrift correct als conclusie van antwoord was ingediend. De aangevoerde psychische problematiek en de dreiging van dakloosheid werden niet als nieuwe feiten aangemerkt, omdat deze reeds bekend waren en in de bodemprocedure waren meegewogen.
Ook het argument dat er sinds juni 2015 geen overlast meer was en dat daardoor geen belang bij executie zou bestaan, werd verworpen. De rechtbank stelde dat het eerdere tekortschieten in de nakoming van de huurovereenkomst hierdoor niet ongedaan wordt gemaakt en dat de verhuurder belang heeft bij de executie om verkeerde signalen binnen het samenwerkingsverband te voorkomen.
De vorderingen van de huurders werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door mr. A.J. Henzen op 5 januari 2016.
Uitkomst: De vorderingen van de huurders tot schorsing van de ontruiming worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.