Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
sporenonderzoekin de woning van aangeefster op 20 juni 2016 werd een glas, waaruit de dader gedronken zou hebben, in beslag genomen en bemonsterd: SIN AAIK6605NL. [11] Het NFI heeft deze bemonstering onderworpen aan een DNA-onderzoek en vergeleken met een referentiemonster wangslijmvlies van verdachte [verdachte] . De deskundige concludeert dat het onderzochte celmateriaal afkomstig kan zijn van de verdachte, waarbij de kans dat een willekeurig gekozen persoon het betreffende DNA-profiel heeft (de matchkans), kleiner is dan 1 op 1 miljard. [12]
buurtonderzoek [23] bleek dat op [adres 12] camera’s hingen. Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben die beelden bekeken en gezien dat het voertuig dat door de vermoedelijke daders gebruikt is, een zwarte BMW 1-serie betreft, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 1] . Na correctie van tijdstippen (i.v.m. winter-/zomertijd) hebben verbalisanten het volgende gezien: Om 12.50.00 uur komt de BMW door de straat gereden, om 12.56.40 uur parkeert de zwarte BMW voor de deur van getuige [getuige 6] (huisnummer [adres 12] ), om 13.10.08 uur komen een man en vrouw naar het voertuig lopen en om 13.10.36 uur rijdt het voertuig met de personen erin weg.
modus operandi. Deze houdt in dat een vrouw zich voordoet als collectant (feiten 2, 4, 5, 6, 8, 10, 11 en 12) voor een goed doel en daartoe documentatie bij zich heeft, al dan niet in een rode map (feiten 4, 5, 6, 8, 10 en 12). Terwijl deze vrouw de bewoners binnenshuis in gebrekkig Nederlands aan de praat houdt, betreedt - meestal ongezien – een tweede persoon de woning, welke persoon een zoektocht door de woning en in het bijzonder de slaapkamers uitvoert (feiten 2, 4, 8 en 10). Opvallend is overigens dat men bijzonder vaak dorst heeft (feiten 4, 6, 8, 10, 11 en 12). Enige uitzondering op deze modus operandi vormt de winkeldiefstal (feit 7).
zwarte BMWmet Duits kenteken [kenteken 2] of [kenteken 1] , meermalen gebruikt te zijn door de daders. Bij meerdere feiten is een auto met een van die volledige kentekens gesignaleerd (feiten 2, 10 en 11). Daarnaast is bij diverse andere feiten een van die kentekens partieel gesignaleerd (feiten 4, 8 en 12). Tenslotte is eenmaal een zwarte BMW gezien (feit 6) en is eenmaal het kenteken [kenteken 1] door de ANPR-camera’s geregistreerd in Zeeland op de dag van de poging diefstal (feit 12).
DNA-matchmet verdachte op de plaats delict (feit 4) en verdachte heeft zichzelf op
camerabeeldenherkend (feiten 5 en 7). Voor wat betreft de overige feiten rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de modus operandi, inclusief de gebruikte auto, en de weergegeven
signalementende conclusie dat verdachte één van de daders is geweest van deze feiten. Verdachte en haar partner hadden immers in de betreffende periode de beschikking over de meermalen gesignaleerde zwarte BMW , de modus operandi komt grotendeels overeen en de diverse signalementen komen ook goeddeels overeen. De rechtbank overweegt dat de schattingen van verdachtes leeftijd weliswaar niet steeds overeenkomen met haar werkelijke leeftijd en ook soms behoorlijk afwijken, maar ter zitting heeft zij geconstateerd dat verdachtes uiterlijk ook niet zonder meer conform haar leeftijd is te achten. Afwijking hierin acht de rechtbank dan ook begrijpelijk en zij hecht daaraan dan ook geen waarde. Voor wat betreft feiten 4 ( Meijel ) en 6 ( Helden ) acht de rechtbank ten slotte nog van belang dat deze feiten relatief vlak bij en na elkaar hebben plaatsgevonden op dezelfde dag dat verdachten, op minder dan een 40 minuten rijden vanuit Helden , in Stevensbeek werden aangehouden.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
2.poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart de feiten 2, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 11 en 12 bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 2, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 11 en 12 tot een gevangenisstraf van 30 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] inzake feit 4 toe;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 2] te betalen 300 euro te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 19 juni 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de/een of meer mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde [benadeelde 2] van 300 euro, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 19 juni 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de/een of meer mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8] inzake feit 11 af;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.