Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 november 2016 in de zaak tussen
[eiseres 1],
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert, verweerder.
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghoudster], te [woonplaats].
Procesverloop
Overwegingen
ECLI:NL:RVS:2015:236). Ingevolge het bestemmingsplan is op het perceel [adres 1] een (één) bedrijfswoning, behorend bij de varkenshouderij op het perceel van eisers, toegestaan. Door voormelde uitspraak van de Afdeling is de ingevolge het bestemmingsplan tevens op het perceel [adres 1] rustende aanduiding “specifieke vorm van woning-voormalige agrarische bedrijfswoning” komen te vervallen. De Afdeling heeft namelijk het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, voor zover het die aanduiding betreft, vernietigd omdat de raad niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom die aanduiding strekt ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat. In het bijzonder heeft de Afdeling doen wegen dat de raad niet had mogen nalaten om de gevolgen voor de luchtkwaliteit te beoordelen. De uitspraak van de Afdeling is voor de raad geen aanleiding geweest voor aanpassing van het bestemmingsplan voor het betrokken perceel.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 november 2016.