Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[eiser]
STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR HET BAKKERSBEDRIJF
De procedure
De vordering / het geschil
De beoordeling
- Exploot van dagvaarding € 93,80
- Griffierecht € 77,00
- Salaris gemachtigde € 500,00 (2 x € 250,00).
Rechtbank Limburg
De ondernemer exploiteerde kort een eenmanszaak in patisserie en catering zonder personeel en schreef zich in bij de Kamer van Koophandel van juni 2007 tot september 2009. Het bedrijfspensioenfonds stelde onterecht dat hij verplicht was premie te betalen, ondanks dat hij geen personeel had en zijn activiteiten had gestaakt vanwege gezondheidsredenen en verhuizing naar Thailand.
Het pensioenfonds baseerde zich op gegevens uit het handelsregister zonder controle van het juiste woonadres via de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), waardoor correspondentie en het dwangbevel aan verkeerde adressen werden gestuurd. De ondernemer had het fonds tijdig geïnformeerd over zijn adreswijzigingen en het staken van zijn bedrijf, maar het fonds betwistte ontvangst zonder nadere motivering.
De rechtbank oordeelt dat het pensioenfonds onzorgvuldig heeft gehandeld en dat de aanspraak op premie onterecht was. De vordering tot betaling van incassokosten wordt eveneens afgewezen omdat deze accessoire vordering verdwijnt bij creditering van de hoofdsom en het fonds geen rechtsgrond heeft voor kostenverhaal. Het dwangbevel wordt vernietigd, het fonds wordt veroordeeld tot restitutie van betaalde bedragen met rente en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het dwangbevel wordt vernietigd en het pensioenfonds wordt veroordeeld tot restitutie van betaalde bedragen met rente en tot betaling van proceskosten.