Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- verdachte niet door het Openbaar Ministerie, de politie en/of de gemeente Maastricht is aangeschreven en geïnformeerd over de op handen zijnde wijziging van de Opiumwet en de gevolgen daarvan voor zijn bedrijfsvoering;
- een dag na inwerkingtreding van het nieuwe artikel 11a Opiumwet het winkelpand van verdachte door de politie is gecontroleerd en het Openbaar Ministerie tot opsporing en vervolging van verdachte is overgegaan;
- de officier van justitie heeft gehandeld in strijd met het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging door een onjuiste uitleg te geven aan de inhoud van artikel 11 lid 3 en Pro lid 5 van de Opiumwet, een uitleg die voorbij gaat aan de wettelijke beperking van de reikwijdte van artikel 11a Opiumwet;
- op 2 maart 2015 door inbeslagname van voorwerpen en stoffen een forse en
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van
- bepaalt dat de straf
- onttrekt aan het verkeer de voorwerpen die zijn vermeld op de bij dit vonnis gevoegde lijsten (Bijlage II);
- gelast de teruggave aan verdachte van de drie inbeslaggenomen enveloppes en de zich in die enveloppes bevindende gelden, totaal ten bedrage van € 5.011,00 (vijfduizend elf euro).