Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht vorderde verhaal van bijstandskosten van verweerders, kinderen van een bijstandsontvanger, omdat hun moeder haar legitieme portie uit de nalatenschap van haar moeder niet had opgeëist. Hierdoor ontvingen de kinderen een hoger bedrag, wat het college als schenking aanmerkte en op grond van artikel 62f Wwb wilde verhalen.
De rechtbank stelde vast dat het niet opeisen van de legitieme portie geen schenking inhoudt, omdat het vermogen van de bijstandsontvanger niet is verminderd. Er is geen verrijking ten koste van haar eigen vermogen, waardoor het college ten onrechte verhaal vorderde.
De rechtbank wees het verzoek van het college af en compenseerde de proceskosten tussen partijen. Het vonnis werd uitgesproken door rechter Driessen op 3 september 2015 te Maastricht.