Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Een link met [naam huurder 1] legt deze getuige niet. Ook de getuige [getuige 1] legt geen relatie met [naam huurder 1] . Wel geeft ze aan dat sinds verdachte [medeverdachte] huurbaas is, een scheidingswand in de garage is gemaakt toen deze werd verhuurd.
Verder neemt de rechtbank ook hier in aanmerking dat [verdachte] bus op 11 maart 2013 was uitgerust voor “hennepklussen”, te weten met onder meer 931 stekken. [verdachte] heeft zich ook over aanwezigheid van de hennepstekken in de bus bij verhoor door de politie beroepen op zijn zwijgrecht. De verklaring van [verdachte] over de sleutels, acht de rechtbank niet geloofwaardig, zoals hiervoor al werd overwogen. Dat hij enkel fungeerde als een soort “onbezoldigde conciërge” op de [adres 3] , zoals hij en ook [medeverdachte] voor het eerst op de zitting hebben verklaard, is naar het oordeel niet aannemelijk geworden.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
Om bovengenoemde redenen zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, maar volstaan met een taakstraf van 200 uren.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 tot
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 tot
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht,