Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De beslissing
vrijvan het onder 1 en 2 tenlastegelegde.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde op 15 september 2015 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van poging tot doodslag en bedreiging op meerdere slachtoffers op 7 oktober 2014 te Milsbeek. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met een ander de feiten had gepleegd, gebaseerd op aangiftes en herkenning door de slachtoffers.
De verdediging betoogde dat de verklaringen van de slachtoffers onvoldoende betrouwbaar waren, met name omdat de herkenning van verdachte door een van de slachtoffers niet uit eigen waarneming kwam en de fotoconfrontatie niet volgens de regels was uitgevoerd. De rechtbank oordeelde dat de herkenning door een slachtoffer onvoldoende was omdat deze gebaseerd was op een éénpersoons-fotoconfrontatie en informatie van een ander slachtoffer, waardoor het wettelijk bewijsminimum niet werd gehaald.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De zaak draaide om het ontbreken van voldoende en betrouwbaar bewijs om verdachte aan de gepleegde feiten te verbinden, ondanks de ernst van de beschuldigingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot doodslag en bedreiging.