Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Ontstaan en loop van de procedure
2.Overwegingen
enwier veiligheid in gevaar is.
Rechtbank Limburg
Eiser werd door de burgemeester van Landgraaf een tijdelijk huisverbod opgelegd voor een woning waar hij mede-eigenaar van is, maar waarin hij niet woont. Het huisverbod werd ingesteld vanwege een incident waarbij eiser zijn ex-vriendin mishandelde. Eiser stelde dat hij niet in de woning woont, geen sleutel heeft en slechts incidenteel aanwezig is voor verzorging van kinderen en huishoudelijke taken.
De rechtbank oordeelde dat het huisverbod bevoegd is opgelegd door de loco-burgemeester. Echter, de kernvraag was of eiser wel in aanmerking kwam voor een huisverbod, gezien hij niet in de woning woont. De rechtbank stelde vast dat eiser niet in de woning woont en dat het huisverbod daarom niet op hem van toepassing is volgens artikel 2 lid 1 Wet Pro tijdelijk huisverbod en artikel 2 lid 2 sub c Besluit Pro tijdelijk huisverbod.
De rechtbank vernietigde het huisverbod en veroordeelde de gemeente Landgraaf tot vergoeding van de proceskosten aan eiser. Verzoeken tot schadevergoeding werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E. Salemans-Wijnen op 8 september 2015.
Uitkomst: Het huisverbod tegen eiser wordt vernietigd omdat hij niet in de woning woont waarop het verbod betrekking heeft.