Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Er is geen bewijs dat verdachte zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als uitgeefster/advertentieverkoopster of medewerkster van [naam bedrijf 1] . De rechtbank kan namelijk niet vaststellen dat verdachte geen banden had met dit bedrijf. Verdachte stelt zelf dat zij voor dit bedrijf werkt. Haar echtgenoot heeft bevestigd dat hij samen met zijn vrouw het bedrijf [naam bedrijf 1] heeft en dat dit bedrijf reclame maakt voor bedrijven en winkels. Dat het bedrijf niet ingeschreven staat bij de Duitse Kamer van Koophandel maakt dit niet anders. Bovendien blijkt uit het dossier dat in opdracht van verdachte twee maal eerder daadwerkelijk een blad met advertenties genaamd [naam bedrijf 1] is verschenen, te weten in december 2012 en in september 2013. Dat verdachte in één geval de drukkosten niet betaalde, maakt dit niet anders.
4.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
5.De beslissing
- verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;
- verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;
- verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in haar vordering;
- verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in haar vordering;
- verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk in haar vordering.