Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
MacPeter B.V.
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- griffierecht € 78,00
- salaris gemachtigde €
400,00
Rechtbank Limburg
De werknemer trad in januari 2011 in dienst bij MacPeter B.V. als cafémedewerker. Hij werd in juni 2014 arbeidsongeschikt wegens spanningsklachten. MacPeter vroeg in juli 2014 toestemming aan het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op bedrijfseconomische gronden, welke in oktober 2014 werd verleend. De arbeidsovereenkomst werd per 1 december 2014 opgezegd. De werknemer betwistte de opzegging vanwege ziekte en het opzegverbod.
De werknemer verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, waaronder gezondheidsklachten en onzekerheid over de arbeidsrelatie, met toekenning van een vergoeding. MacPeter verscheen niet ter zitting en reageerde niet op de brieven.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek in beginsel moet worden gehonoreerd, maar dat onduidelijk is of de arbeidsovereenkomst nog bestaat. Daarom wordt de ontbinding per 1 september 2015 uitgesproken onder de voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat. De vergoeding wordt vastgesteld op €12.916,80 bruto, gebaseerd op acht dienstjaren, een bruto maandloon inclusief vakantiebijslag en een factor C=1. MacPeter wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De werknemer krijgt de mogelijkheid het verzoek in te trekken binnen een gestelde termijn.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 september 2015 met een vergoeding van €12.916,80 bruto onder voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat.