De rechtbank Limburg behandelde op 14 juli 2015 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontucht met een zestienjarig meisje dat zich beschikbaar stelde voor seksuele handelingen tegen betaling. De officier van justitie baseerde de tenlastelegging op telecomgegevens en verklaringen die volgens haar het strafbare feit bewezen.
De verdediging voerde aan dat er geen concreet bewijs was, zoals DNA, getuigen of beelden, en dat alleen sms-verkeer en aanwezigheid in Valkenburg onvoldoende waren om schuld vast te stellen. De verdachte verklaarde ter zitting dat hij wel contact had gehad en naar Valkenburg was gegaan, maar het meisje niet had gezien en niet tot ontucht was gekomen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte wisselende verklaringen had afgelegd, de verklaring ter zitting niet kennelijk leugenachtig was en paste binnen de telecomgegevens. Er waren onvoldoende bewijsmiddelen om vast te stellen dat verdachte ontucht had gepleegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en wees de vordering van het slachtoffer af.