Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- het proces-verbaal aangifte van aangever [betrokkene 2] namens [slachtoffer 3] d.d. 23 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 42 tot en met 53 van de doornummering;
- het proces-verbaal aangifte van aangever [betrokkene 3] namens [slachtoffer 4] d.d. 24 juli 2014, als weergegeven op de pagina’s 62 tot en met 64 van de doornummering;
- het proces-verbaal aangifte van aangever [betrokkene 4] namens [slachtoffer 5] d.d. 7 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 76 tot en met 89 van de doornummering;
- het proces-verbaal aangifte van aangever [betrokkene 5] namens [slachtoffer 6] d.d. 29 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 91 tot en met 93 van de doornummering;
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 13 juli 2015.
- het proces-verbaal aangifte van aangever [betrokkene 6] namens [slachtoffer 7] d.d. 7 juli 2014, als weergegeven op de pagina’s 103 tot en met 107 van de doornummering;
- het proces-verbaal aangifte van aangever [betrokkene 7] namens [slachtoffer 8] d.d. 12 juni 2014, als weergegeven op de pagina’s 113 tot en met 118 van de doornummering;
- het proces-verbaal van aangever [betrokkene 8] namens [slachtoffer 9] d.d. 6 augustus 2014, als weergegeven op de pagina’s 120 tot en met 123 van de doornummering;
- het proces-verbaal aangifte van aangever [betrokkene 10] namens [slachtoffer 11] d.d. 24 september 2014, als weergegeven op de pagina’s 139 tot en met 146 van de doornummering;
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 13 juli 2015.
- het proces-verbaal aangifte van [betrokkene 11] namens [slachtoffer 1] d.d. 22 september 2014;
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 13 juli 2015.
- een bed en bedtextiel/beddengoed, gepleegd op 13 augustus 2014 bij [slachtoffer 3] , gevestigd [adres 1] en
- een zitgrasmaaier en een kettingzaagmachine en een heggenschaar en een bosmaaier en een bladblazer en twee accu’s en een acculader, gepleegd tussen 10 juli 2014 en 29 juli 2014 bij [slachtoffer 5] , gevestigd [adres 2]
- een hoeveelheid eten en drank (onder meer cola en vlaai en een diner), gepleegd tussen 21 juli 2014 en 22 juli 2014 bij [slachtoffer 4] , gevestigd [adres 3] en
- een hoeveelheid eten en drank (een ontbijt), gepleegd op 13 augustus 2014 bij [slachtoffer 6] , gevestigd [adres 4] .
- een projector en een audiosysteem (ter waarde van € 2.195,-), gepleegd op 26 juni 2014 bij [slachtoffer 7] , gevestigd [adres 5] en
- audioapparatuur, gepleegd op 30 april 2014 bij [slachtoffer 8] , gevestigd [adres 6] en
- een demonstratieset met diverse gereedschappen, gepleegd op 18 juli 2014 bij [slachtoffer 9] , gevestigd [adres 7]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De oplegging van straf
7.De benadeelde partijen
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar.
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een proeftijd van drie jaar de algemene voorwaarden of de bijzondere voorwaarden heeft overtreden;
- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Leger des Heils Limburg, ook als dat inhoudt dat verdachte:
- verplicht wordt zich klinisch te laten behandelen bij Piet Roordakliniek te Zutphen of een soortgelijke instelling, een en ander gedurende maximaal de duur van de proeftijd, waarbij verdachte zich heeft te houden aan de aanwijzingen van de behandelaren en de reclassering zolang deze instelling en de reclassering dit noodzakelijk achten;
- draagt deze reclasseringsinstelling op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen bewijs van betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 5] , te betalen een bedrag van € 3.554,95, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 29 juli 2014 tot de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat de verdachte zal zijn bevrijd voor zover voornoemde benadeelde partij - al dan niet via betaling aan de Staat - door verdachtes mededader is voldaan;
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk met betrekking tot de gevorderde schade voor zover deze betrekking heeft op de post “Mc Culloch M155-107TC zitmaaier”, met bepaling dat de benadeelde partij het deel van de vordering waarin zij niet-ontvankelijk is verklaard slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst af de overige gevorderde schade;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voornoemd van een bedrag van € 3.554,95, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 45 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft;
- veroordeelt verdachte tevens hoofdelijk tot betaling aan de Staat van de wettelijke rente over voormeld bedrag vanaf 29 juli 2014 tot de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien verdachte en/of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.554,95, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 29 juli 2014 tot de dag der algehele voldoening, ten behoeve van voornoemde benadeelde partij daarmee de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte en/of zijn mededader aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst af de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van betaling aan de benadeelde partij, [betrokkene 6] , te betalen een bedrag van € 1.734,05;
- wijst af de overige gevorderde schade;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voornoemd van een bedrag van € 1.734,05, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft;
- bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.734,05, ten behoeve van voornoemde benadeelde partij daarmee de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voornoemd van een bedrag van € 842,32, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van de benadeelde partij niet opheft;
- veroordeelt verdachte tevens tot betaling aan de Staat van de wettelijke rente over voormeld bedrag vanaf 25 juli 2014 tot de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 842,32 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 25 juli 2014 tot de dag der algehele voldoening, ten behoeve van voornoemde benadeelde partij daarmee de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- twee bedden en/of bedtextiel/beddengoed, gepleegd op 13 augustus 2014 bij [slachtoffer 3] , gevestigd [adres 1] en/of een hoeveelheid eten en/of drank (onder meer cola en/of vlaai en/of een diner, gepleegd tussen 21 juli 2014 en 22 juli 2014 bij [slachtoffer 4] , gevestigd [adres 3] en/of
- een (zit)grasmaaier en/of een (ketting)zaagmachine en/of een heggenschaar en/of een bosmaaier en/of een bladblazer en/of twee accu’s en/of een acculader, gepleegd tussen 10 juli 2014 en 29 juli 2014 bij [slachtoffer 5] , gevestigd [adres 2] en/of
- een hoeveelheid eten en/of drank (te weten een ontbijt), gepleegd op 13 augustus 2014 bij [slachtoffer 6] , gevestigd [adres 4] en/of
- een hoeveelheid eten en/of drank, gepleegd op 13 september 2014 en 14 september 2014 bij [slachtoffer 2] , gevestigd [adres 10] .
- een projector en/of een audiosysteem (ter waarde van € 2195,-), gepleegd op 26 juni 2014 bij [slachtoffer 7] , gevestigd [adres 5] en/of
- audioapparatuur, gepleegd op 30 april 2014 bij [slachtoffer 8] , gevestigd [adres 6] en/of
- een demonstratieset met diverse gereedschappen, gepleegd op 18 juli 2014 bij [slachtoffer 9] , gevestigd [adres 7] ;
- een hoeveelheid eten en/of drank (te weten ontbijten en/of diners), gepleegd tussen 19 augustus 2014 en 23 augustus 2014 bij [slachtoffer 10] , gevestigd aan de [adres 9] en/of
- een (dames)fiets (merk Gazelle) en/of een kinderfiets (merk Mercedes) en/of een fietshelm en/of een mountainbike en/of fietskleding (meerdere stuks) en/of masseerspullen en/of twee binnenbanden en/of twee bidons en/of een elektrische fiets, gepleegd tussen 31 juli 2014 en 1 augustus 2014 bij [slachtoffer 11] , gevestigd op de [adres 8] .