Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Limburg
Eiseres en gedaagde zijn enige erfgenamen van hun overleden ouders en gezamenlijk gerechtigd tot de nalatenschap, waaronder een woning. Eiseres vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld om binnen twee dagen na betekening medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van haar aandeel in de woning aan kopers, onder dreiging van een dwangsom.
Gedaagde voert geen verweer tegen de vordering. Tijdens de mondelinge behandeling bereiken partijen overeenstemming over de toewijzing van de vordering. Eiseres trekt haar vordering tot proceskostenvergoeding in, waarna de voorzieningenrechter beslist dat iedere partij haar eigen kosten draagt en de nakosten worden afgewezen.
De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde om binnen twee dagen mee te werken aan de verkoop en levering van haar aandeel in de woning, met een dwangsom van €250 per dag bij niet-naleving. Indien gedaagde niet meewerkt, treedt het vonnis in de plaats van haar wilsverklaring en handtekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om binnen twee dagen mee te werken aan de verkoop en levering van haar aandeel in de woning, met dwangsom en vervangende toestemming bij niet-naleving.