Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Procesverloop
aan de noodrem te trekken”.
Rechtbank Limburg
Op 30 maart 2015 heeft verzoeker tijdens een bestuursrechtelijke zitting bij de rechtbank Limburg een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. R.M.M. Kleijkers, de behandelende rechter. Verzoeker stelde dat de rechter ten onrechte een zitting had gepland terwijl hij zich onbevoegd had moeten verklaren, en dat dit aanleiding gaf tot een schijn van partijdigheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het subjectieve en objectieve criterium voor rechterlijke onpartijdigheid. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die wijzen op subjectieve partijdigheid. Ook objectief gezien zijn de procesbeslissingen van de rechter niet onbegrijpelijk of onrechtvaardig, en vormen deze geen aanwijzing voor vooringenomenheid.
Verzoeker heeft bovendien aangegeven geen bezwaar te hebben tegen voortzetting van de behandeling door dezelfde rechter, wat niet strookt met de stelling van vooringenomenheid. De wrakingskamer benadrukt dat de rechter de procedurele regie voert en vrij is in zijn beslissingsbevoegdheid, en dat verzoeker niet kan bepalen of een zaak op zitting wordt behandeld.
Op grond van deze overwegingen is het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing is op 21 mei 2015 uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Kleijkers is ongegrond verklaard en afgewezen.