De rechtbank Limburg behandelde het beroep tegen het besluit van 18 maart 2014 waarbij een omgevingsvergunning werd verleend voor het aanleggen van een parkeerplaats en het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden van het pand Emmaus te Mechelen. Eisers, bewoners uit de directe omgeving, voerden onder meer aan dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was, dat het woon- en leefklimaat werd aangetast en dat de vergunning in strijd was met de Natuurbeschermingswet en de Flora- en Faunawet.
De rechtbank oordeelde dat enkele eisers niet-ontvankelijk waren omdat zij geen rechtstreeks belang hadden, onder meer vanwege de afstand tot het pand en het ontbreken van zicht op Emmaus. Voor de overige eisers werd het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank vond dat de ruimtelijke onderbouwing door bureau Tonnaer zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, en dat de onderzoeken door andere bureaus geen volwaardige contra-expertise vormden.
Verder werd geoordeeld dat de gebruikswijziging binnen het gemeentelijk beleid paste en dat de voorwaarden bij de vergunning, zoals het verbod op zelfstandige horeca en het inpandig houden van activiteiten, voldoende waarborgen boden tegen overlast. Ook de aanleg van de parkeerplaats werd als planologisch toelaatbaar beoordeeld, waarbij de archeologische en ecologische aspecten voldoende waren onderzocht en meegenomen. De financieel-economische uitvoerbaarheid was eveneens adequaat onderbouwd. Het beroep werd daarom afgewezen.