Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- Tijdens een skivakantie is hij in contact gekomen met ene [naam 1], die bij hem informeerde naar het pand aan de [adres 18] te [plaats 6]. Volgens deze [naam 1] was het pand uitermate geschikt voor een hennepplantage;
- Aansluitend is hij bezocht door twee mannen, waaronder ene [verdachte], die het pand hebben bekeken. Er werd afgesproken dat er een hennepplantage in zou komen;
- Later is hij door [naam 1] en [verdachte] naar een afspraak gebracht met ene [medeverdachte 2]. Dit was langs een kanaal nabij Weert. Met [medeverdachte 2] heeft hij gesproken over de huurprijs. Hij zou
- [verdachte] heeft, met anderen, de spullen voor de opbouw van de plantage gebracht, organiseerde de opbouw, gaf aanwijzingen en werkte zelf ook mee;
- Na de eerste oogst heeft hij de afgesproken € 10.000,- ontvangen van [verdachte];
- Na de tweede oogst moest hij bij [naam 1] komen. Daar waren ook [verdachte] en [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] vertelde dat de oogst was tegengevallen en vroeg of hij genoegen wilde nemen met € 20.000,-. Daarmee heeft hij ingestemd en hij kreeg toen van [medeverdachte 2] meteen de € 20.000,- overhandigd.
. [17] Voor het werk dat hij daar heeft verricht heeft [verdachte] hem een paar honderd Euro betaald. [18]
. [19] Dit is in de ogen van de rechtbank een bevestiging voor de verklaring van [getuige 13].
. [21] Hij verklaarde dat het zijn plantage was.
. [25]
- 20 januari 2009 te 09:10 uur. Telefoongesprek met [verdachte]. “[bewoner pand 1] vraagt of [verdachte] om 5 uur in [plaats 12] kan zijn”.
- 20 januari 2009 te 16:48 uur. Volgens het op de Vito [kenteken 3] van [verdachte] aangebrachte peilbaken staat zijn auto geparkeerd in onmiddellijke omgeving van de [adres 25] te [plaats 12].
- 5 februari 2009 te 15:53 uur. Telefoongesprek met [verdachte]. “[naam 2] vraagt wanneer [verdachte] naar [plaats 12] gaat. Niet deze week want [verdachte] heeft het druk”.
- 8 februari 2009 te 20:49 uur. Telefoongesprek met [verdachte]. “[verdachte] denkt dat hij morgen naar [plaats 12] gaat en dan woensdag en vrijdag weer”.
- 9 februari 2009 vanaf 11:43. Volgens het op de Vito [kenteken 3] van [verdachte] aangebrachte peilbaken staat zijn auto geparkeerd in onmiddellijke omgeving van de [adres 25] te [plaats 12].
- 2 maart 2009 te 13:00 uur. Telefoongesprek met [verdachte]. “[naam 2] vraagt of [verdachte] daar is geweest. [verdachte] is er nog”.
- een envelop met daarin 24 roze tabletten;
- vier dichtgevouwen papiertjes met daarin (in totaal) vier gram wit poeder.
- een kartonnen doos met daarin vier gram plantenresten, vermoedelijk hennep.
- twee plastic zakjes met daarin (in totaal) 40 gram plantenresten, vermoedelijk hennep;
- vijf hennepstekken.
zie hiervoor. OVC 1 augustus 2009) de opbrengst van twee hokken en hij beslist over het aandeel van een ander in de opbrengst van een plantage (
zie hiervoor. Datzelfde OVC gesprek).
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De straf
6.De wettelijke voorschriften
7.De beslissing
7en
8 primairten laste gelegde feiten;
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak