Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
SMS verkeer werktelefoon [telefoonnummer] en klantenwordt in samenhang met de bevindingen van het observatieteam geconcludeerd dat [slachtoffer] op het moment dat zij op 14 oktober 2014 met klanten bezig was, geen gebruik heeft gemaakt van de werktelefoon met nummer [telefoonnummer]. De telefoon was wel actief op die momenten. Naar alle waarschijnlijkheid heeft verdachte de werktelefoon toen bediend. [15]
4.4. Hierbij merkt de rechtbank tevens op grond van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de werktelefoon mede door de verdachte werd bediend en dat hij met klanten contacten onderhield. Aan de verklaring van verdachte dat hij nimmer de werktelefoon bediende, wordt geen geloof gehecht.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van het voorarresteen passende sanctie vormt.
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 40.020,04(€ 12.500,00 aan immateriële schade en € 27.520,04) ter zake van de feiten 1 en 3.
€ 2.500,00. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige in haar vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
€ 132,00. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
groot € 2.500,00, tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
2;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst af het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis;
- wijst de vordering voor wat betreft de immateriële schade van de benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij
- bepaalt dat zij het gedeelte van haar vordering dat niet-ontvankelijk is verklaard slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer
2 juli 2015.