Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser]
2.Het geschil
3.De beoordeling
816,00
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert eiser betaling van een achterstand in lijfrentebetalingen, wekelijkse lijfrentebetalingen tot eind 2018, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten van gedaagden. Gedaagden erkennen de betalingsverplichting en de achterstand, maar betwisten het spoedeisend belang van de wekelijkse betalingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voor de achterstallige betalingen en incassokosten aanwezig is en wijst deze vorderingen toe met een betalingstermijn van veertien dagen na betekening. De vordering tot wekelijkse betalingen wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang, aangezien gedaagden deze betalingen inmiddels verrichten en toezeggen dit te blijven doen.
De buitengerechtelijke incassokosten worden begroot op het forfaitaire bedrag van € 680,38. Ook de proceskosten worden aan gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van achterstallige lijfrentebedragen, incassokosten en proceskosten binnen veertien dagen na betekening.