ECLI:NL:RBLIM:2015:354
Rechtbank Limburg
- Wraking
- P.H.M. Kuster
- J.F.W. Huinen
- F.L.G. Geisel
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening
Verzoeker diende op 15 december 2014 een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele zaak tussen verzoeker en ING Bank NV. Het verzoek was gebaseerd op een comparitie die op 18 september 2014 had plaatsgevonden, waarbij verzoeker meende dat zijn recht op hoor en wederhoor was geschonden.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 en Pro 37 Rv tijdig moet worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn die aanleiding geven tot twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter. Omdat de comparitie op 18 september 2014 plaatsvond en verzoeker toen al op de hoogte was van de relevante feiten, had het verzoek uiterlijk kort daarna ingediend moeten worden.
Het verzoek werd pas op 15 december 2014 ingediend, ruim na de comparitie en nadat verzoeker al schriftelijk had gereageerd op het proces-verbaal zonder het wrakingsverzoek te noemen. De wrakingskamer concludeerde daarom dat het verzoek niet tijdig was ingediend en verklaarde het niet ontvankelijk.
De beslissing werd door de wrakingskamer op 19 januari 2015 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.