Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het exploot van dagvaarding d.d. 7 april 2015
- de van de zijde van [gedaagde] voorafgaand aan de zitting ingebrachte producties
- de mondelinge behandeling van de zitting op 20 april 2015.
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert eiseres terugbetaling van een bedrag dat zij onverschuldigd aan gedaagde heeft betaald. Dit volgt op een eerder vonnis van de rechtbank waarbij gedaagde tot betaling werd veroordeeld, maar dat vonnis werd vernietigd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof veroordeelde eiseres tot betaling van een lager bedrag dan door de rechtbank was vastgesteld.
Eiseres had na het oorspronkelijke vonnis meer betaald dan het bedrag dat het hof uiteindelijk toewijst. Zij vordert nu in kort geding terugbetaling van het teveel betaalde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente. Gedaagde voerde verweer, maar het spoedeisend belang van eiseres werd voldoende aannemelijk gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat met redelijke mate van zekerheid kan worden aangenomen dat de vordering in een bodemprocedure zal slagen. De financiële situatie van gedaagde doet hieraan niet af. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot terugbetaling van € 4.109,74 plus rente en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot terugbetaling van € 4.109,74 plus wettelijke rente vanaf 19 oktober 2012.