Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de bij brief van 24 maart 2015 door Horecare overgelegde producties
- de mondelinge behandeling op 30 maart 2015 en de bij die gelegenheid door Horecare ingediende conclusie van antwoord.
2.De feiten
- er geen uitspraak meer te doen is over de vraag of [eiser] per 29 oktober 2014 wel of niet geschikt was te beschouwen voor het eigen werk;
- [eiser] ten tijde van de beoordeling arbeidsongeschikt is te beschouwen voor het eigen werk.
3.Het geschil
4.De beoordeling
- in de periode 22 november 2014 tot en met 31 december 2014 voor 24,6 uur gewerkte uren per week ;
- in de maand januari 2015 voor 3 gewerkte uren;
- in de periode 1 maart tot het einde van de arbeidsovereenkomst voor 12,3 gewerkte uren per week.
- dagvaarding € 101,45
- griffierecht € 78,00
- salaris gemachtigde
5.De beslissing
- € 100,00 aan salaris gemachtigde en vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag van voldoening,
- de explootkosten (indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden) van de betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag van voldoening,