Uitspraak
RECHTBANK limburg
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2015.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek om voorlopige voorziening tegen een kapvergunning voor 104 bomen te Sittard. Verzoeker stelde dat het primaire besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat er geen deugdelijk onderzoek was verricht naar de noodzaak van een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet (Ffw).
Ter zitting werd vastgesteld dat het spoedeisend belang van verzoeker aanwezig was, omdat vergunninghouder voornemens was de bomen snel te kappen. De rechtbank oordeelde dat de motivering van het primaire besluit op het punt van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) niet op schrift was gesteld, maar dat dit gebrek niet tot toewijzing van het verzoek leidde.
De voorzieningenrechter stelde echter vast dat verweerder geen deugdelijk onderzoek had gedaan naar de vraag of de activiteiten onder artikel 75b, eerste lid, van de Ffw vielen, en dat het evident niet was dat geen ontheffing of verklaring van geen bedenkingen nodig was, met name voor vleermuizen. De vergunning bevatte wel een voorwaarde voor veldwaarneming, maar dit voldeed niet aan het wettelijke systeem dat voorschrijft dat de minister van Economische Zaken hierover beslist.
Gezien het ernstige gebrek in het primaire besluit en het directe verband tussen de leefomgeving van verzoeker en de te beschermen diersoorten, woog het belang van verzoeker zwaarder dan dat van verweerder. De voorlopige voorziening werd toegewezen, het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het primaire besluit tot kapvergunning wordt geschorst wegens onvoldoende Flora- en faunawettoets.