ECLI:NL:RBLIM:2015:2081
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak witwassen
De rechtbank Limburg behandelde op 25 februari 2015 de ontnemingsvordering van het openbaar ministerie tegen verdachte, die was gebaseerd op de verdenking van witwassen. De oorspronkelijke vordering bedroeg €451.283,90, welke op de terechtzitting werd gematigd tot €191.867,14. De verdediging verzocht om niet-ontvankelijkheid van het OM, gelet op de vrijspraak in de hoofdzaak.
Eerder had de rechtbank op 4 oktober 2011 het OM al niet-ontvankelijk verklaard, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch dit vonnis vernietigde en de zaak terug verwees. Na hernieuwde behandeling en de vrijspraak van verdachte in de strafzaak, kon niet worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel had genoten.
Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer voor strafzaken op 11 maart 2015 in Maastricht.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak van verdachte.