ECLI:NL:RBLIM:2015:1115
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst tijdens UWV-procedure wegens ontbreken gegronde reden
De werknemer, sinds 1996 in dienst bij GF Machining Solutions International SA, verzocht de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsrelatie en arbeidsongeschiktheid, terwijl de werkgever een UWV-ontslagprocedure aanhangig had gemaakt. De werknemer wilde niet de UWV-procedure afwachten vanwege onzekerheid over toestemming en een lange opzegtermijn.
De kantonrechter stelde vast dat de verstoorde arbeidsrelatie pas ontstond nadat de werknemer kennis kreeg van het voornemen tot beëindiging van het dienstverband, en dat het ontbindingsverzoek vooral gericht was op het verkrijgen van een hogere beëindigingsvergoeding. De Van Hooff Elektra-doctrine was niet van toepassing omdat nog geen UWV-toestemming was verleend.
Het tegenverzoek van de werkgever om de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden werd eveneens afgewezen omdat een ontbinding onder voorwaarde strijdig is met het ontslagrecht en de ontbindingsprocedure. De kantonrechter compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens ontbreken van een gegronde reden; ook het voorwaardelijke tegenverzoek wordt afgewezen.