ECLI:NL:RBLIM:2015:11085
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bewijs van duurzame samenwoning en beëindiging onderhoudsplicht op grond van gemeenschappelijke huishouding
In deze zaak staat centraal of de vrouw duurzaam samenwoont met haar partner, waardoor de man niet langer onderhoudsplichtig is. De rechtbank heeft het bewijs beoordeeld aan de hand van getuigenverklaringen, bankafschriften en het energie- en waterverbruik van het appartement van de vrouw.
De partner van de vrouw verklaarde dat de samenwoning in 2012 beperkt was tot enkele overnachtingen per maand, maar in 2013 toenam tot meerdere aaneengesloten dagen. De rechtbank hechtte meer waarde aan de bankafschriften van de vrouw, waaruit bleek dat zij in de periode december 2012 tot april 2013 slechts twee korte periodes van circa een week elders dan in haar woonplaats was, wat duidt op verblijf bij haar partner. Het extreem lage energie- en waterverbruik bevestigde dat zij weinig in haar appartement verbleef.
De rechtbank concludeerde dat de vrouw vanaf 1 april 2013 duurzaam samenwoont met haar partner en zij een gemeenschappelijke huishouding voeren. Hierdoor is de man vanaf die datum niet langer onderhoudsplichtig jegens de vrouw en moet zij de betaalde alimentatie terugbetalen. De vrouw werd veroordeeld tot terugbetaling van de alimentatie vanaf 1 april 2013, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van de proceskosten van de man.
De rechtbank wees het verzoek van de man tot vergoeding van kosten van een recherchebureau af, omdat het rapport niet nodig was voor de beslissing. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De vrouw woont vanaf 1 april 2013 duurzaam samen met haar partner, waardoor de man niet langer onderhoudsplichtig is en de vrouw de betaalde alimentatie moet terugbetalen.