ECLI:NL:RBLIM:2015:10810

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 december 2015
Publicatiedatum
18 december 2015
Zaaknummer
4645220 CV EXPL 15-11833
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • E.P. van Unen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek inzage huurcontracten parkeerplaatsen Mercedes en MECC

Eiser vordert in kort geding inzage in huurcontracten van 389 parkeerplaatsen die Mercedes zou hebben gehuurd van het MECC, met het oog op lopende bodemprocedures waarin hij de rechtmatigheid van de opzegging van huurcontracten door Mercedes betwist.

De rechtbank oordeelt dat de gevorderde stukken betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij eiser geen partij is, namelijk tussen Mercedes en het MECC, en dat eiser onvoldoende spoedeisend belang heeft onderbouwd. Tevens is gebleken dat in de lopende bodemprocedures geen bewijsopdracht is gegeven die het belang van deze stukken zou onderstrepen.

De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Mercedes. Het vonnis is gewezen door de kantonrechter en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoek tot inzage stukken afgewezen wegens gebrek aan relevantie en onvoldoende spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht
Zaaknummer: 4645220 CV EXPL 15-11833
Vonnis in kort geding van 18 december 2015
in de zaak van
[eiser] ,
wonend te [woonplaats] ,
eisende partij,
in persoon procederend
tegen
de naamloze vennootschap
mercedes benz customer assistance center maastricht n.v.,
gevestigd te Maastricht,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. K.M.J.A. Smitsmans.
Partijen zullen hierna [eiser] en Mercedes genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het exploot van dagvaarding d.d. 7 december 2015
  • de brief van Mercedes van 14 december 2015 met producties
  • de brief van [eiser] van 15 december 2015 met een wijziging van eis
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 17 december 2015, die door de voorzieningenrechter naar aanleiding van ongepast gedrag van [eiser] - die voor dit gedrag was gewaarschuwd - is gesloten nadat [eiser] zijn vordering aan de hand van een pleitnota had toegelicht en Mercedes aan haar verweer was begonnen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Mercedes huurde drie kantoorruimtes in Maastricht van [eiser] als eigenaar van die ruimtes vanaf respectievelijk 1998, 2001 en 2002.
2.2.
Mercedes heeft de huur van bedoelde kantoorruimtes in 2011 opgezegd tegen de overeengekomen einddatum 31 mei 2012.

3.De vordering

3.1.
[eiser] vordert thans in kort geding - na aanvulling van eis - de veroordeling van Mercedes om binnen acht dagen na dagtekening van dit vonnis “de diverse huurcontracten van de 389 parkeerplaatsen die door Mercedes zijn opgevoerd in de gate approval van 23 februari 2011 op blz 5 midden bij het kopje Parking rent en die door Mercedes van het MECC reeds in de jaren die vooraf gegaan zijn aan het jaar 2011 en ook in het jaar 2011 zouden zijn gehuurd” aan [eiser] te overleggen en, indien die schriftelijke huurcontracten niet mochten bestaan, Mercedes te gebieden aan [eiser] kopieën van alle relevante stukken en correspondentie van destijds tussen Mercedes en het MECC die betrekking hebben op het destijds huren van de 389 parkeerplaatsen te verstrekken, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag voor elke dag dat Mercedes nalaat aan die veroordeling te voldoen, onder verwijzing van Mercedes in de proceskosten.
3.2.
Mercedes heeft verweer gevoerd.

4.De beoordeling

4.1.
De vordering wordt, nu die betrekking heeft op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden, aangemerkt als een vordering ex artikel 843a Rv. De vordering kan op die grond echter niet worden toegewezen nu de betreffende bescheiden geen betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij [eiser] partij is (maar op een rechtsbetrekking tussen Mercedes en het MECC).
Voorts heeft [eiser] ter zitting desgevraagd zijn spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening onvoldoende weten te onderbouwen. Zo stelt hij, als de kantonrechter hem goed begrijpt, de gevorderde bescheiden nodig te hebben in verschillende bij deze rechtbank reeds lopende bodemprocedures als bewijs voor zijn stelling dat voornoemde opzegging door Mercedes onrechtmatig was. Ter zitting is echter vast komen te staan dat in geen van die procedures door de rechter een bewijsopdracht is gegeven bij de vervulling waarvan de onderhavige bescheiden een rol zouden kunnen spelen. Bovendien acht de kantonrechter de kans dat een dergelijke bewijsopdracht alsnog zal worden gegeven gering, nu dit bewijs slechts zou zien op de juistheid van de door Mercedes genoemde
redenom de huur op te zeggen en [eiser] verzuimt te stellen op welke wijze dát de rechtmatigheid van de opzegging (waarvoor het opgeven van een reden immers in beginsel geen vereiste is) zou kunnen aantasten.
4.2.
De vordering zal derhalve worden afgewezen.
4.3.
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Mercedes tot de datum van dit vonnis begroot op € 600,00 aan salaris gemachtigde.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering af,
5.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Mercedes tot de datum van dit vonnis begroot op € 600,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken.
RK