Uitspraak
4.De rechtbank overweegt als volgt.
8.Het beroep is ongegrond.
9.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2015.
Rechtbank Limburg
Eiser, geboren in 1958, ontving sinds 2007 een WIA-uitkering. Vanaf mei 2010 werkte hij in loondienst bij een rijschool in Genk, België. Na ziekmelding in oktober 2012 en beëindiging van het dienstverband in november 2012, ontving hij een ziekengelduitkering van de Belgische Socialistische Mutualiteit, die in oktober 2013 stopte. Vervolgens kreeg hij een werkloosheidsuitkering als grensarbeider op grond van EG-verordening 883/2004.
Eiser vorderde per oktober 2014 een garantie-uitkering en/of herziening van zijn WIA-dagloon, omdat hij meende dat de ziekteperiode van 104 weken was verstreken. Verweerder stelde dat eiser niet verzekerd was voor het Nederlandse recht en dat de wachttijd niet was voltooid vanwege de WW-uitkering.
De rechtbank overwoog dat volgens de Wet WIA en Ziektewet alleen werknemers in Nederland beschermd zijn. Werkzaamheden in België vallen onder Belgisch recht volgens EG-verordening 883/2004. Hierdoor ontstond geen recht op WIA-uitkering en geen uitsluiting daarvan. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. De stelling van ongeoorloofde discriminatie werd niet onderbouwd en afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering voor werkzaamheden in België.