ECLI:NL:RBLIM:2014:9162

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 oktober 2014
Publicatiedatum
28 oktober 2014
Zaaknummer
3488299 CV EXPL 14-10828
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering en proceskosten in kort geding tussen Targos Horeca en VOF

In deze kort geding procedure vordert eiseres, Targos Horeca B.V., betaling van een bedrag van €7.566,47 inclusief BTW van gedaagden, bestaande uit een vennootschap onder firma en twee natuurlijke personen. Gedaagden erkennen de vordering deels en bieden een deelbetaling van €5.000,00 uiterlijk 15 januari 2015 aan, tegen finale kwijting.

Eiseres gaat akkoord met dit voorstel, onder de voorwaarde dat bij niet-naleving van de betaling de volledige vordering weer van kracht wordt. De kantonrechter wijst de vordering toe, rekening houdend met deze afspraken, en veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van de hoofdsom, contractuele rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met de bepaling dat eiseres geen recht kan ontlenen aan het vonnis indien de deelbetaling tijdig wordt voldaan. De proceskosten worden vastgesteld op €1.153,78, en de buitengerechtelijke kosten op €1.370,45 exclusief BTW.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €7.566,47 plus rente en kosten, met een betalingsregeling die bij niet-naleving de volledige vordering doet herleven.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: 3488299 CV EXPL 14-10828
Vonnis van de kantonrechter in kort geding van 28 oktober 2014
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TARGOS HORECA B.V.,
gevestigd te Hoensbroek, gemeente Heerlen
eiseres,
gemachtigde mr. B.M.M. Hepkema te Valkenburg aan de Geul,
tegen
de vennootschap onder firma
1. V.O.F. [gedaagde sub 1],
filiaal houdende te [vestigingsplaats],
2. [gedaagde sub 2],
wondende te [woonplaats],
3. [gedaagde sub 3],
wondende te [woonplaats],
gedaagden,
in persoon procederend.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 17 oktober 2014
  • de mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Eiseres vordert samengevat - veroordeling van gedaagden tot betaling aan hoofdsom een bedrag van € 7.566,47 inclusief BTW, vermeerderd met contractuele rente en kosten.
2.2.
De heer [gedaagde sub 2] voornoemd heeft ter zitting gesteld de vordering mede namens gedaagden sub 1 en 3 van eiseres te erkennen. Gelet op de financiële situatie van gedaagden is de vordering van eiseres niet voldaan. Ter zitting heeft [gedaagde sub 2] eiseres aangeboden uiterlijk op 15 januari 2015 een bedrag van € 5.000,00 te betalen, tegen finale kwijting.
2.3.
Eiseres is met dit aanbod akkoord gegaan, met dien verstande dat, indien gedaagden uiterlijk op 15 januari 2015 het bedrag van € 5.000,00 niet op de derdenrekening NL08ABNA0491653549 van haar gemachtigde hebben gestort, de vordering van eiseres herleeft.
2.4.
De kantonrechter heeft partijen vervolgens voorgehouden dat hij beslist als hierna te vermelden.

3.De beoordeling

3.1.
De ter zitting erkende vordering van eiseres, welke vordering de kantonrechter niet onrechtmatig voorkomt, zal worden toegewezen en wel met in achtneming van de door partijen ter zitting van heden gemaakte afspraken.
3.2.
Gedaagden worden - eveneens met inachtneming van de gemelde afspraken - als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 91,78
- griffierecht € 462,00
- salaris advocaat €
600,00
Totaal € 1.153,78.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalende aan de ander zal zijn gekweten, om aan eiseres te betalen een bedrag van € 7.566,47 inclusief BTW, vermeerderd met de contractuele rente van 2% per maand, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van de respectieve facturen tot de dag van volledige betaling, rekening houdend met de verrichte deelbetalingen ex artikel 6:44 BW Pro,
4.2.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalende aan de ander zal zijn gekweten, in de buitengerechtelijke kosten van € 1.370,45 (exclusief BTW), vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 17 oktober 2014 tot de dag van volledige betaling, rekening houdend met de verrichte deelbetaling ad € 1.000,00 van 24 september 2014,
4.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalende aan de ander zal zijn gekweten, in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.153,78,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
bepaalt dat eiseres geen recht kan ontlenen aan dit vonnis (beslissingen 4.1. tot en met 4.4.), indien gedaagden conform de heden ter zitting gemaakte afspraken uiterlijk op
15 januari 2015, ten behoeve van eiseres, het bedrag van € 5.000,00 op de derdenrekening NL08ABNA0491653549 van de gemachtigde van eiseres hebben gestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2014. [1]

Voetnoten

1.type: CM