Uitspraak
- [naam eiser 1],
- [naam eiser 2],
- [naam eiser 3],
15.De beroepen van eisers zijn ongegrond.
16.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2014.
Rechtbank Limburg
Eisers, werkzaam als Rechercheur BFO bij de politieregio Limburg-Noord, stelden beroep in tegen besluiten waarin hun functie werd gewaardeerd en ingedeeld in salarisschaal 9. Zij voerden aan dat hun werkzaamheden zwaarder en complexer zijn dan de gehanteerde referentiefuncties, met name ten opzichte van de functies Expert A en Expert B binnen de expertise-reeks, en dat hun functie op HBO-niveau zou moeten worden gewaardeerd.
Verweerder baseerde de waardering op het advies van de Commissie en het gehanteerde referentiemateriaal Functiewaardering Nederlandse Politie. De rechtbank oordeelde dat de functie van eisers een uitvoerende aard heeft en niet overeenkomt met de meer theoretische en wetenschappelijk georiënteerde functies binnen de expertise-reeks. De rechtbank vond het standpunt van verweerder niet onhoudbaar en stelde vast dat de indeling in schaal 9 passend is.
De rechtbank verwierp de stellingen van eisers dat zij als deelprojectleider functioneren en dat hun werkzaamheden gelijkwaardig zijn aan die van Expert B. De opleidingseis van de organieke functie is leidend, waardoor het HBO-niveau van eisers niet relevant is voor de functiewaardering. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van eisers ongegrond en bevestigt de waardering van de functie Rechercheur BFO in salarisschaal 9.