Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2014 in de zaak tussen
[naam eiser], te Montfort, eiser
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
kennelijkonredelijk moet zijn, impliceert dat het niet op de weg van verweerder ligt om uit eigen beweging onderzoek naar de specifieke feiten en omstandigheden van het geval te doen, maar dat het veeleer op de weg van de uitkeringsgerechtigde ligt om aannemelijk te maken dat zich feiten en omstandigheden voordoen die het resultaat onredelijk maken. Het kennelijkheidsvereiste impliceert bovendien dat daarover redelijkerwijs geen twijfel mogelijk mag zijn.
de toekenning van het ouderdomspensioen, maar niet met zoveel woorden op de mogelijkheid bezwaar te maken tegen de
afkoopvan de pensioenaanspraken. Ook uit de bij de brief gevoegde toelichting blijkt niet dat er bezwaar gemaakt kan worden tegen de afkoop van de pensioenaanspraken. Gelet op het vorenoverwogene acht de rechtbank voorstelbaar dat eiser en zijn echtgenote meenden geen keuze te hebben en het hun niet duidelijk was dat eisers echtgenote bezwaar kon maken tegen afkoop van de pensioenaanspraken. Dat neemt echter niet weg dat zij om verduidelijking op dit punt hadden kunnen vragen, met name nu zij wel in algemene zin gewezen waren op de mogelijkheid bezwaar te maken en eiser had kunnen voorzien dat een afkoopsom in plaats van een periodieke uitkering gevolgen zou kunnen hebben voor de partnertoeslag. Dat eisers echtgenote geen bezwaar heeft gemaakt, is derhalve deels te verklaren door ontoereikende voorlichting van het Pensioenfonds, maar deels ook aan eiser zelf toe te rekenen. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve twijfel mogelijk over de vraag of er sprake is van een onredelijke uitkomst en is dus geen sprake van een
kennelijkonredelijk resultaat. In die conclusie is reden gelegen om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand worden gelaten.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 44,-- aan eiser te vergoeden.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2014.