ECLI:NL:RBLIM:2014:8460

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
2 oktober 2014
Publicatiedatum
3 oktober 2014
Zaaknummer
K-04-2556818-EZ-13-215
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:209 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing van de vereffening van de nalatenschap van Christina Juliana Maria Berbers-van der Aa

Mevrouw Christina Juliana Maria Berbers-van der Aa is overleden op 14 mei 2009. Haar nalatenschap werd beheerd door een vereffenaar, benoemd in 2010. De vereffenaar verzocht om opheffing van de vereffening op grond van artikel 4:209 lid 1 BW Pro, omdat de nalatenschap weinig activa bevatte.

De erfgenamen, waaronder kleinkinderen die de nalatenschap onder boedelbeschrijving aanvaardden, betwistten dit en stelden dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de omvang van de nalatenschap, met name naar effecten van de overleden echtgenoot uit 1998.

Na een mondelinge behandeling en het aanleveren van financiële gegevens bleek dat het vermogen van de erflaatster vrijwel geheel was opgebruikt tussen 1998 en haar overlijden in 2009. De kantonrechter oordeelde dat geen verdere activa aanwezig waren en dat de geringe waarde van de baten aanleiding gaf tot opheffing van de vereffening.

De kantonrechter wees het bezwaar tegen het verzoek af en stelde de reeds gemaakte vereffeningskosten vast op €7.556,02. De beslissing werd ter griffie ingeschreven en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De kantonrechter beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap en stelt de vereffeningskosten vast op €7.556,02.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 2556818 \ EZ VERZ 13-215

Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 2 oktober 2014.

Op 21 november 2013 is ter griffie van de rechtbank Limburg, burgerlijk recht / kanton, locatie Roermond, ingekomen een verzoekschrift met bijlagen, ingediend door de heer
mr. J.L. Houben, wonende te 6043 XT Roermond, Kasteel Annendaelstraat 12.
Op 14 mei 2009 is in Roermond overleden mevrouw Christina Juliana Maria Berbers-van der Aa, geboren te Almelo op 5 juli 1920. Het laatste woonadres van de overledene was Pollartstraat 8e, 6041 GC Roermond.
Erflaatster heeft als erfgenamen achtergelaten:
1.
Voor de helft: haar zoon [zoon], wonende te [woonplaats en land zoon], [adres zoon];
2.
Ieder voor een/achtste gedeelte: de kinderen van haar zoon [zoon 2], overleden op [overlijdensdatum zoon 2] 2001, te weten:
a. [kleinkind 1], wonende te [woonplaats kleinkind 1], [adres kleinkind 1];
b. [kleinkind 2], wonende te [woonplaats kleinkind 2], [adres kleinkind 2];
c. [kleinkind 3], wonende te [woonplaats kleinkind 3], [adres kleinkind 3];
d. [kleinkind 4], wonende te [woonplaats kleinkind 4], [adres kleinkind 4].
De erfgenamen vermeld onder 2. a t/m d hebben de nalatenschap van erflaatster aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
Bij beschikking van de Rechtbank Roermond van 25 augustus 2010 is verzoeker benoemd tot vereffenaar van voornoemde nalatenschap.
Verzoeker vraagt de kantonrechter thans om ingevolge artikel 4:209 lid 1 BW Pro de opheffing van de vereffening van de nalatenschap te bevelen.
De kantonrechter heeft de erfgenamen van erflaatster als belanghebbenden aangemerkt.
Namens de erfgenamen vermeld onder 2. a t/m d (hierna: de kleinkinderen) is op 23 januari 2014 door mr. M.M. van den Boomen een verweerschrift met bijlagen ingediend.
Op 30 januari 2014 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen:
  • Verzoeker in persoon;
  • [zoon] vertegenwoordigd door de heer [gemachtigde zoon];
  • De erfgenamen vermeld onder 2. a t/m d vertegenwoordigd door hun moeder [moeder], bijgestaan door mr. M.M. van den Boomen.
De kantonrechter overweegt het volgende.
Indien de geringe waarde der baten van een nalatenschap daartoe aanleiding geeft, kan de kantonrechter ingevolge artikel 4:209 lid 1 BW Pro de opheffing van de vereffening bevelen.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun stellingen toegelicht. Mr. Van den Boomen is zich ook ter gelegenheid van de mondelinge behandeling namens de kleinkinderen op het standpunt blijven stellen dat er geen sprake is van een nalatenschap die weinig of geen activa bevat, althans dat er door de vereffenaar onvoldoende onderzoek is gedaan naar de omvang van de nalatenschap, meer in het bijzonder is niet duidelijk wat er met de effecten van de op 31 augustus 1998 overleden echtgenoot van erflaatster, die per die datum een waarde van f 1.110.744,17 hadden, is gebeurd. De zitting is vervolgens aangehouden, teneinde verzoeker in de gelegenheid te stellen financiële gegevens (belastingaangiftes) bij de voormalige boekhouder van erflaatster op te vragen. Verzoeker heeft deze gegevens op 11 maart 2014 ter griffie ingediend, waarop mr. Van den Boomen namens de kleinkinderen bij faxschrijven van 14 mei 2014 heeft gereageerd. Verzoeker heeft vervolgens op 27 mei 2014 andermaal een schriftelijke reactie ingediend. De heer [gemachtigde zoon], gemachtigde van [zoon], heeft niet meer gereageerd.
Uit de overgelegde stukken, en dan met name de overgelegde belastingaangiftes, blijkt dat erflaatster vanaf het moment van overlijden van haar echtgenoot op 31 augustus 1998 tot aan haar eigen overlijden op 14 mei 2009 nagenoeg haar gehele vermogen heeft ingeteerd.
Naar het oordeel van de kantonrechter is uit de overgelegde stukken en de toelichting daarop gebleken dat op het moment van overlijden van erflaatster geen verdere activa aanwezig waren dan die vermeld in de door verzoeker opgestelde boedelbeschrijving.
Nu de geringe waarde der baten daartoe aanleiding geeft terwijl verder niet is gebleken van andere feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten, zal de kantonrechter de opheffing van de vereffening bevelen. De omstandigheid dat de vereffenaar (verzoeker) niet exact kan aangeven op welke wijze het vermogen van erflaatster in de periode tot haar overlijden is verteerd, vormt naar het oordeel van de kantonrechter geen reden om het verzoek af te wijzen.
De reeds gemaakte vereffeningskosten zullen worden vastgesteld op € 7.556,02.
De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van deze beslissing in het boedelregister.
De griffier zal de beslissing daarnaast bekend maken door plaatsing op
www.rechtspraak.nl/uitspraken. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.

De beslissing

De kantonrechter
beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van mevrouw Christina Juliana Maria Berbers-van der Aa voornoemd,
stelt het bedrag van de reeds gemaakte vereffeningskosten vast op € 7.556,02,
verstaat dat deze beslissing bekend gemaakt zal worden door plaatsing door de griffier op
www.rechtspraak.nl/uitspraken.
wijst - voor zoveel nodig - het meer of anders verzochte af.
Aldus gegeven door mr. M.P.F. van Dooren, en ter openbare terechtzitting uitgesproken.
type: em
coll: