Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[naam 1]en
[naam 2],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 25 september 2014.
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres wedertewerkstelling bij gedaagde, betaling van loon vanaf januari 2014 met wettelijke verhoging en rente, en het verstrekken van deugdelijke loonspecificaties. Gedaagde voert verweer.
De kantonrechter beoordeelt allereerst het spoedeisend belang van eiseres. Eiseres ontvangt sinds januari 2014 een volledige bijstandsuitkering die gelijk is aan haar eerdere gecombineerde inkomen uit arbeid en bijstand. Er is geen aanwijzing dat deze uitkering zal worden gekort. Hierdoor is geen sprake van inkomensachteruitgang of acute financiële nood.
Daarnaast is eiseres momenteel arbeidsongeschikt, hetgeen haar spoedeisend belang bij wedertewerkstelling verder vermindert. De kantonrechter oordeelt dat eiseres de uitkomst van een bodemprocedure kan afwachten. De vorderingen worden daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot wedertewerkstelling en loonbetaling worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.