Eiseres woont sinds 1998 in een woning met een bad, waarvoor zij een badlift in bruikleen heeft gekregen van de gemeente Stein. De gemeente wijzigde haar beleid per 2012, waarbij voorzieningen gerelateerd aan badgebruik niet langer worden vergoed, omdat een douche als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd. De gemeente beëindigde de bruikleenovereenkomst en gaf de badlift in eigendom aan eiseres, waarbij onderhoudskosten niet meer werden vergoed.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het niet acceptabel was om met terugwerkende kracht de badlift in eigendom te geven en dat er geen individuele medische beoordeling had plaatsgevonden. De rechtbank overwoog dat de gemeente onterecht uitging van het algemeen gebruikelijk zijn van een douche in iedere woning en dat een badlift niet als algemeen gebruikelijke voorziening wordt aangemerkt volgens het Wmo-besluit 2012.
De rechtbank stelde vast dat eiseres afhankelijk is van het bad en de badlift voor haar lichaamsreiniging en dat het op eigen kosten laten plaatsen van een douche in een huurwoning niet als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarbij de gemeente tevens wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.