De eiser huurt een woning van Woningstichting De Voorzorg. Bij vonnis van 20 augustus 2014 is de huurovereenkomst ontbonden en is eiser veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken na betekening. Eiser verzoekt in kort geding de tenuitvoerlegging van dit vonnis te schorsen tot 1 februari 2015.
Eiser stelt dat hij door psychische klachten, een echtscheiding en een recent opgestart hulpverleningsnetwerk in een noodtoestand verkeert, waardoor ontruiming ernstige gevolgen heeft, zoals dakloosheid en het niet kunnen ontvangen van zijn zoontje. De Voorzorg voert verweer en betwist dat sprake is van een noodtoestand of misbruik van executiebevoegdheid.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de door eiser aangevoerde feiten grotendeels betrekking hebben op de periode vóór het vonnis en dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die een noodtoestand rechtvaardigen. Ook is onvoldoende aannemelijk dat ontruiming leidt tot het verlies van uitkering of onmogelijkheid tot omgang met zijn kind. De recent opgestarte hulpverlening wordt erkend, maar kan de ontruiming niet schorsen.
Daarom wordt het verzoek tot schorsing afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van De Voorzorg.