ECLI:NL:RBLIM:2014:7791
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige kamer wegens afwijzing onderzoekswensen
Verzoeker, een gedetineerde, diende een wrakingsverzoek in tegen de meervoudige kamer die zijn strafzaak behandelt, nadat zijn raadsman meerdere onderzoekswensen had ingediend die door de rechtbank waren afgewezen. Deze onderzoekswensen waren volgens verzoeker cruciaal om zijn onschuld aan te tonen. Tijdens de zitting werd ook een mogelijke opname in het Pieter Baan Centrum besproken, wat tot vertraging kon leiden. Verzoeker stelde dat de afwijzing van zijn onderzoekswensen en de opmerkingen van een rechter over tbs de vrees voor partijdigheid rechtvaardigden.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking niet kan worden gebruikt als middel tegen procesbeslissingen zoals het afwijzen van onderzoekswensen. Er moet sprake zijn van uitzonderlijke omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. De kamer vond de afwijzing van de onderzoekswensen niet zodanig onbegrijpelijk dat dit wijst op vooringenomenheid. De opmerking over tbs werd buiten beschouwing gelaten omdat deze niet tijdig was ingebracht en bovendien geen aanwijzing voor partijdigheid vormt.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek ongegrond en wees het af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige kamer is ongegrond verklaard en afgewezen.