ECLI:NL:RBLIM:2014:7760

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 februari 2014
Publicatiedatum
9 september 2014
Zaaknummer
C/03/187781 / HA RK 14-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens bijzondere toegang tijdens zitting

In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die tijdens een zitting in een zaak over wijziging van ouderlijk gezag twee personen bijzondere toegang had verleend als toehoorders. Verzoeker maakte bezwaar tegen de aanwezigheid van deze personen, omdat geen geheimhoudingsverklaring was overlegd, en vermoedde daardoor partijdigheid van de rechter.

De rechter had echter voorafgaand aan haar beslissing partijen gehoord en een gemotiveerde afweging gemaakt. De wrakingskamer stelde vast dat het verlenen van bijzondere toegang tijdens een zitting met gesloten deuren een beslissing is die aan de rechter is voorbehouden. De wrakingskamer oordeelde dat noch de beslissing zelf, noch de wijze waarop deze was genomen aanleiding gaf tot het aannemen van schade aan de rechterlijke onpartijdigheid.

Verzoeker en zijn advocaat waren niet verschenen bij de behandeling van het wrakingsverzoek, terwijl zij op correcte wijze waren opgeroepen. De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek tot wraking niet objectief gerechtvaardigd was en wees het verzoek af. De beschikking werd openbaar uitgesproken op 27 februari 2014.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde twijfel aan onpartijdigheid.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer / rekestnummer: C/03/187781 / HA RK 14-15
Beschikking van 27 februari 2014
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats]
verzoeker,
advocaat mr. P.M.J. Graus, kantoorhoudende te Heerlen.
indieners van een verzoek dat strekt tot wraking van:
mr. M.E. Salemans-Wijnen, rechter in deze rechtbank (hierna: de rechter).

1.De procedure

Op 18 februari 2014 is tijdens de behandeling ter zitting van de zaak met zaaknummer / rolnummer C/03/184761 / FA RK 13/2222, strekkende tot wijziging van het ouderlijk gezag van het minderjarige kind van verzoeker, door zijn advocaat een verzoek tot wraking van de rechter ingediend. Dit verzoek is vastgelegd in het proces-verbaal van deze zitting.
De rechter heeft de wrakingskamer op 18 februari meegedeeld dat zij niet in de wraking berust en dat zij de behandeling van het verzoek niet zal bijwonen. Zij heeft een korte schriftelijke reactie aan de wrakingskamer doen toekomen.
De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van de wrakingskamer op 24 februari 2014, alwaar verzoeker en zijn advocaat zonder bericht niet zijn verschenen. Mr. Mahovic, advocaat van verzoekster in de hoofdzaak, is wel verschenen.
De wrakingskamer heeft vastgesteld dat verzoeker en zijn advocaat d.d. 18 februari 2014 op behoorlijke wijze zijn opgeroepen, zowel per aangetekende als per gewone brief op het bij de rechtbank bekende (kantoor)adres van mr. Graus. Omdat van verzoeker geen bericht van verhindering is ontvangen en omdat hij ook anderszins niet heeft gereageerd op de oproeping gaat de wrakingskamer over tot behandeling van het verzoek.

2.Standpunt van verzoeker

De rechter heeft op verzoek van mr. Mahovic twee personen bijzondere toegang verleend tijdens de behandeling met gesloten deuren van het verzoek in de hoofdzaak. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid van deze personen, zijnde
[naam 1], advocaat, en [naam 2], student stagiaire, beiden ten kantore van mr. Mahovic. Voornoemde personen hebben beiden, naar mr. Mahovic verklaart, een geheimhoudingsplicht, maar kunnen hiervan geen bewijs in de vorm van een geheimhoudingsverklaring overleggen. Nu de rechter de beslotenheid zo gemakkelijk van de hand wijst, door uit te gaan van een verklaring die er niet is, maar ook niet aanvoelt welke gevoeligheden er in dit dossier liggen, voelt verzoeker daar een vooringenomenheid van de rechter in, ook gelet op het feit dat daardoor een soort waarborg in de procedure ontbreekt.

3.Standpunt van de rechter

De rechter stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een partijdige opstelling; er is ter zitting door haar een gemotiveerde beslissing genomen dat twee personen, werkzaam ten kantore van mr. Mahovic, in het kader van een leertraject als toehoorder bij de zitting aanwezig mogen zijn.

4.De beoordeling

Wraking is het middel dat partijen ten dienste staat om het hun - onder meer ingevolge artikel 6 lid 1 Europees Pro Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden - toekomende recht op rechterlijke onpartijdigheid af te dwingen. Gelet op het bepaalde in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) is wraking mogelijk op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv Pro kan in de eerste plaats sprake zijn in verband met de persoonlijke instelling van de rechter (de partijdigheid in subjectieve zin). Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, totdat het tegendeel komt vast te staan.
Daarnaast is wraking mogelijk als controleerbare feiten en omstandigheden, los van de persoonlijke instelling en het gedrag van de rechter, een partij grond geven te vrezen dat de rechter niet onpartijdig is (de partijdigheid in objectieve zin). In dat verband zijn de schijn van (on)partijdigheid en de overtuiging van de verzoekster relevant, maar is doorslaggevend of de zijdens verzoekster gestelde twijfel aan de onpartijdigheid objectief gerechtvaardigd is.
De advocaat van verzoeker heeft ter zitting van 18 februari 2014 de rechter gewraakt nu de advocaat van de wederpartij geen geheimhoudingsverklaringen kon overleggen en de rechter desondanks akkoord ging met de aanwezigheid als toehoorder van twee personen verbonden aan het kantoor van gemachtigde.
De wrakingskamer stelt vast dat uitsluitend de beslissing van de rechter om de twee voornoemde personen als toehoorders aanwezig te laten zijn, de grond is voor de wraking. De beslissing om bijzondere toegang te verlenen tijdens een terechtzitting met gesloten deuren is voorbehouden aan de rechter. In het onderhavige geval heeft de rechter, zoals vereist, partijen voorafgaand aan haar beslissing gehoord. Daarna heeft zij een afweging gemaakt en vervolgens in toewijzende zin beslist op het verzoek van mr. Mahovic. Zowel de beslissing als zodanig als de wijze waarop zij is genomen en medegedeeld geven geen aanleiding om te oordelen dat de rechterlijke onpartijdigheid schade heeft geleden of zelfs maar heeft kunnen lijden.
Het verzoek tot wraking van de rechter moet daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking van mr. Salemans-Wijnen af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Beurskens, voorzitter, mr. F.A.G.M. Vluggen en mr. J.J.M. Wassenberg, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2014.