ECLI:NL:RBLIM:2014:7319
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing ouderlijk gezag wegens onvoldoende ondertoezichtstelling en positieve ouderlijke ontwikkelingen
De Raad voor de Kinderbescherming heeft op 9 mei 2014 een verzoek ingediend tot ontheffing van het ouderlijk gezag over een minderjarige, op grond van ongeschiktheid en onmacht van de ouders om voor het kind te zorgen. De minderjarige was sinds juli 2013 onder toezicht gesteld en verbleef vrijwillig bij pleegouders. De raad stelde dat de ouders onvoldoende in staat waren hun opvoedplicht te vervullen en dat de ondertoezichtstelling niet langer passend was.
Tijdens de zitting op 11 juli 2014 gaf de raad aan dat ondanks positieve ontwikkelingen bij de ouders, zoals het hervatten van contact met het kind, de leefsituatie van de ouders een thuisplaatsing niet mogelijk maakte. De stichting had moeite met het opstellen van een concreet plan voor terugkeer en ervoer beperkte medewerking van de ouders, met name de moeder die aanvankelijk niet wilde meewerken aan een psychologisch onderzoek.
De ouders stelden dat zij sinds maart 2014 vooruitgang hadden geboekt, met betere woon- en financiële omstandigheden en hernieuwde contacten met het kind. Zij gaven aan open te staan voor hulp en vroegen om meer sturing van de stichting. De pleegouders bevestigden de stabiele en veilige situatie van het kind in het pleeggezin.
De rechtbank overwoog dat de ondertoezichtstelling nog te kort duurde om tot ontheffing over te gaan, dat de ouders positieve stappen hadden gezet en dat de stichting onvoldoende had bijgedragen aan het verwezenlijken van de doelen van de ondertoezichtstelling. Het belang van het kind werd gediend met voortzetting van de huidige situatie en het verzoek tot ontheffing werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag wordt afgewezen vanwege onvoldoende gronden en positieve ontwikkelingen bij de ouders.