ECLI:NL:RBLIM:2014:6035
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot uithuisplaatsing en trajectmachtiging voor minderjarige in pleegzorg en zelfstandige kamerbewoning
De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg verzocht om een trajectmachtiging voor de uithuisplaatsing van een minderjarige, waarbij zij door de week achtereenvolgens in een zorgaccommodatie en daarna zelfstandig op een kamer zou verblijven, en in het weekend bij het pleeggezin. De ouders waren opgeroepen maar verschenen niet ter zitting en voerden geen verweer. De minderjarige stemde in met het verzoek en gaf aan dat het verblijf in de zorgaccommodatie haar goed beviel en zij op weg was naar zelfstandigheid.
De kinderrechter stelde vast dat de uithuisplaatsing noodzakelijk bleef voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Hoewel het verzoekschrift niet exact de feitelijke situatie omschreef, bleek uit het verzoek en de toelichting dat het verzoek aansloot bij de eerder verleende machtiging van 11 februari 2014, waarin ook een opsplitsing van verblijf door de week en in het weekend was toegestaan.
De kinderrechter verwees naar het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2004, dat het naast elkaar bestaan van machtigingen tot uithuisplaatsing mogelijk maakt. Gezien de naderende meerderjarigheid van de minderjarige en het belang van voorbereiding op zelfstandigheid, werd het verzoek toegewezen. De machtiging voor verblijf in het weekend bij het pleeggezin bleef ongewijzigd van kracht.
De beschikking werd uitgesproken op 10 april 2014 door rechter P. van Blaricum en is uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch binnen drie maanden.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor verblijf door de week in zorgaccommodatie en zelfstandige kamer, met weekendverblijf bij pleeggezin.