Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- Door middel van het AHOJGI-criterium wordt vormgegeven hoe het openbaar ministerie het opportuniteitsbeginsel als bedoeld in artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering zal hanteren. Dat is een bevoegdheid van het College van procureurs-generaal.
- Het ingezeten-criterium is niet in strijd met het recht van de Europese Unie. Het criterium maakt weliswaar onderscheidt tussen de onderdanen van de verschillende lidstaten, maar dit onderscheid is gerechtvaardigd, omdat het dient ter bestrijding van drugsoverlast en
- Het ingezeten-criterium is op dezelfde gronden als hierboven genoemd niet in strijd met mensenrechtelijke en grondwettelijke discriminatieverboden.
- Er is geen sprake van strijd met beginselen van een behoorlijke procesorde. Handhaving van het ingezetenen-criterium is niet willekeurig. Daaraan doet niet af dat andere coffeeshopgemeenten het ingezetenen-criterium niet of onvolledig handhaven.
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van
een geldboete van € 2.500,-bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van
35dagen;