Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
ING BANK N.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 2.682,00(3,0 punten × tarief € 894,00, incl. beslagrekest)
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen ING Bank en een bestuurder-grootaandeelhouder ([gedaagde 1]) van Drankenhandel Bergbron over de geldigheid van een borgtocht. ING vordert betaling van € 60.000,- op grond van een borgtocht die [gedaagde 1] is aangegaan voor de kredietfaciliteit van Bergbron. De echtgenote van [gedaagde 1] heeft vernietiging van de borgtocht ingeroepen wegens het ontbreken van haar toestemming bij een wijziging van de borgtocht.
De rechtbank stelt vast dat de borgtocht aanvankelijk een aflopend karakter had, maar dat deze verlaging werd stopgezet, waardoor een meer bezwarende borgtocht ontstond. Volgens artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro is voor een dergelijke nieuwe rechtshandeling toestemming van de echtgenoot vereist, die niet is gegeven.
ING beroept zich op de uitzondering in artikel 1:88 lid 5 BW Pro, die toestaat dat toestemming niet nodig is indien de borgtocht is aangegaan door een bestuurder-grootaandeelhouder ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening. De rechtbank oordeelt dat de uitbreiding van het krediet en de borgtocht dienden ter verruiming van het werkkapitaal en het uitbouwen van bestaande activiteiten, waaronder een nieuw importeurschap, en dat dit binnen de normale bedrijfsuitoefening valt.
Daarom heeft de vernietiging geen effect en is de borgtocht geldig. [gedaagde 1] wordt veroordeeld tot betaling van € 60.000,- plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De borgtocht is geldig zonder toestemming van de echtgenoot en [gedaagde 1] wordt veroordeeld tot betaling van € 60.000,- plus rente en kosten.