Eiseres vordert een verbod tegen verweerder om uitlatingen te doen die haar ongunstig in verband brengen met de Arnhemse villamoord, evenals een voorschot op schadevergoeding en dwangsommen. De zaak betreft een boek en colleges van verweerder waarin de rol van eiseres bij de moord wordt betwijfeld.
De rechtbank oordeelt dat een verbod op uitlatingen die enkel ongunstig, maar niet onrechtmatig zijn, niet kan worden opgelegd. Voor zover onrechtmatige uitlatingen worden bedoeld, moet eiseres deze concreet specificeren, wat zij nalaat. Het gevorderde verbod is te algemeen en de dwangsom daarom niet toewijsbaar.
Ook het verzoek om een voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter P.H. Brandts en in het openbaar uitgesproken.