Op 21 maart 2010 vond in Neer een incident plaats waarbij verdachte betrokken was bij een conflict met medewerkers van een café en bar, resulterend in geweld en schade. Verdachte werd primair beschuldigd van openlijke geweldpleging in vereniging, subsidiair van mishandeling van een uitsmijter.
De verdediging voerde een niet-ontvankelijkheidsverweer wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn, maar de rechtbank verwierp dit op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad en organisatorische oorzaken bij het openbaar ministerie en de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor openlijke geweldpleging in vereniging, maar dat verdachte wel mishandeling van het slachtoffer heeft gepleegd. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een geheel voorwaardelijke geldboete van €250 wegens mishandeling, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €200 immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer, met wettelijke rente vanaf de datum van het incident.