ECLI:NL:RBLIM:2014:137
Rechtbank Limburg
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beslissingen rechtbank Limburg over ontvankelijkheid en onderzoek in strafzaak Venray
De rechtbank Limburg behandelde op 10 januari 2014 beslissingen naar aanleiding van een regiezitting in de strafzaak Venray. Ten aanzien van het tenlastegelegde onder feit 4 werd geoordeeld dat de verjaringstermijn was verstreken, waardoor het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging voor dat feit. Dit omdat de strafverzwarende omstandigheid uit de Opiumwet na de tenlastelegging was gewijzigd en de verjaringstermijn van zes jaar inmiddels was verlopen.
Voor feit 3 oordeelde de rechtbank dat het deel dat ziet op het wegmaken of verbergen van stoffelijke overschotten niet verjaard is, omdat dit voortdurende delicten zijn. Het verweer van de verdediging werd verworpen. Voor de overige onderdelen van feit 3 werd de ontvankelijkheid voorlopig als ontijdig aangemerkt, omdat nader onderzoek naar stuitingshandelingen nodig is.
De rechtbank wees het verzoek van de verdediging om CIE-informanten te horen af wegens onvoldoende onderbouwing van het belang. Het verzoek van het openbaar ministerie om een getuige opnieuw te horen werd afgewezen, terwijl het verzoek om twee andere getuigen te horen werd toegewezen, omdat zij geen verdachte meer zijn en geen verschoningsrecht meer hebben.
De rechtbank achtte het wenselijk dat de verdachte persoonlijk aanwezig is bij de inhoudelijke behandeling en zal zonodig een bevel tot medebrenging uitvaardigen. Verder werd het noodzakelijk geacht dat de zoon van een getuige wordt gehoord over een gesprek dat zijn moeder zou hebben opgevangen, waarna eventueel de moeder zelf opnieuw wordt gehoord. Ook wenste de rechtbank een nadere toelichting over een routeringsnummer in het dossier en een overzicht van de vindplaatsen van aangetroffen munitie en hulzen, inclusief aanduiding op beeldmateriaal van de plaats delict.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard voor feit 4 wegens verjaring; voor feit 3 is het OM ontvankelijk voor het deel over stoffelijke overschotten, en onderzoeksverzoeken zijn deels toegewezen.