ECLI:NL:RBLIM:2014:1173
Rechtbank Limburg
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding huisarrest bij geschorste voorlopige hechtenis
De verzoeker heeft een vergoeding gevorderd voor de schade die hij heeft geleden door ondergane verzekering, voorlopige hechtenis en 42 dagen huisarrest, alsmede voor kosten van een raadsman. De rechtbank oordeelt dat vergoeding voor ondergane verzekering en voorlopige hechtenis toekomt, maar dat huisarrest niet als voorlopige hechtenis geldt omdat deze geschorst is en dus niet voor vergoeding in aanmerking komt.
De raadsman van verzoeker betoogde dat huisarrest bijzondere schorsingsvoorwaarden bevatte die een vrijheidsbeperking inhielden, maar de officier van justitie verwees naar jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat huisarrest geen vrijheidsbenemende maatregel is en niet onder artikel 89 Sv Pro valt.
De rechtbank bevestigt haar bevoegdheid en ontvankelijkheid van het verzoek en kent een vergoeding toe van € 1.035 voor verzekering en voorlopige hechtenis en € 550 voor kosten raadsman. De vergoeding voor huisarrest wordt afgewezen. De totale vergoeding bedraagt € 1.585.
Uitkomst: Vergoeding voor huisarrest wordt afgewezen; vergoeding voor verzekering, voorlopige hechtenis en kosten raadsman wordt toegekend.